Slechts een tafelblad

slechts een tafelblad
scheidt ons nog
zo lijkt het even

enkel een staren
– je lege glas –
raakt mij nu
schijnbaar
onuitstaanbaar
ongewild weer twee
echter – onder een
onafgewerkt plafond

zelfs twee willen
op hetzelfde gericht
bereiken niets anders
dan afscheidelijkheid

Gespreksstof

ploegen dat ontvankelijk maakt
–geweld dat zijn tegendeel oproept–

laat achter:
omgewoelde aarde

waarin uit eens terecht begraven zaden
anders-vruchtbaar onkruid opschiet

meegelokt door je ontwapenende zaaizang
raakt mijn oogstos verstrikt
in een niet meer beschut restgewas
totdat ik hem manmoedig losgesel

molshoop waarin ik mezelf vind
–naar jou toegegroeid, of van je af–
is dat wat achterblijft, in de berm
als ze zijn gaan liggen, de stofwolken?